Edith Hooge: “Goed onderwijs is natuurlijk niet alleen maar onderwijs in essentiële vaardigheden.”

24-11-2022

 

De Onderwijsraad ziet dat ons onderwijs onder druk staat. Zorgen over de beheersing van taal en rekenen, lerarentekorten en toenemende kansenongelijkheid vragen nú onze aandacht, zegt Edith Hooge, voorzitter van de Onderwijsraad. De nieuwste Sectorrapportages Primair Onderwijs en Voortgezet Onderwijs 2022 weerspiegelen deze zorgwekkende ontwikkelingen. De Onderwijsraad bracht over deze belangrijke thema’s de afgelopen maanden meerdere adviezen uit. Edith Hooge: “Goed onderwijs is natuurlijk niet alleen maar onderwijs in essentiële basisvaardigheden taal en rekenen. Dat is veel breder. Het gaat over voorbereid worden op leven in de samenleving.”

De Onderwijsraad is het hoogste adviesorgaan voor de regering en het parlement op het gebied van onderwijs. In de raad zitten wetenschappers en mensen uit de praktijk. De Onderwijsraad opereert onafhankelijk en geeft al meer dan honderd jaar gevraagd en ongevraagd advies, vertelt Hooge: “We spelen een rol bij het overheidsbeleid voor de lange termijn en kijken bijvoorbeeld naar hoe het onderwijsstelsel zich ontwikkelt. Hoe staat het met de kwaliteit en de toegankelijkheid van ons onderwijs?”

Uitdagingen
Het funderend onderwijs kampt met grote uitdagingen, zoals de onderwijsprestaties van leerlingen op het gebied van taal en rekenen, en een leraren- en schoolleiderstekort, zegt Hooge. De coronapandemie heeft die problemen verergerd. Ook de kansenongelijkheid in ons onderwijs baart haar zorgen. “Niet elk kind heeft dezelfde kans op goed onderwijs, en in ons stelsel gaan kinderen met verschillende achtergronden niet met elkaar naar school. Daarnaast komt het publieke karakter van het onderwijs steeds meer onder druk te staan. Bijles- en huiswerkinstituten raken steeds meer verstrengeld in het aanbod van publiek bekostigde scholen.”

Dalende leerlingenprestaties
De Onderwijsraad gaf onlangs een advies over hoe het taal- en rekenonderwijs duurzaam verbeterd kan worden. De Hooge: “Taal en rekenen zijn essentiële vaardigheden om mee te kunnen doen in het onderwijs, om andere vakken en leergebieden te leren en om later mee te kunnen doen aan de samenleving. We constateren dat er veel met elkaar samenhangende factoren van invloed zijn op de kwaliteit van het taal- en rekenonderwijs. Denk aan landelijke einddoelen en niveaus, wijze van toetsen, startbekwaamheid van leraren en de lesmethoden, professionalisering en infrastructuur.”
De raad adviseert deze factoren langdurig en in samenhang aan te pakken. “Zodat het onderwijs in taal en rekenen niet alleen goed wordt, maar ook goed blijft. Veranker taal en rekenen bijvoorbeeld meer en beter in andere schoolvakken, want alleen taal- en rekenlessen zijn niet genoeg. En garandeer dat afgestudeerde studenten van een lerarenopleiding aan een hogeschool startbekwaam zijn. De raad beveelt aan om de eigen beheersing van taal en rekenen én de vakdidactische vaardigheden van aankomende leraren daarin onderdeel te maken van de exameneisen.”

Later selecteren
In 2021 bracht de Onderwijsraad een advies uit over kansengelijkheid, getiteld ‘Later selecteren, beter differentiëren’. “In ons onderwijssysteem worden kinderen op jonge leeftijd geselecteerd voor een bepaalde onderwijssoort. Dat is te vroeg voor de meeste kinderen. Bovendien worden kinderen van lager opgeleide ouders en ook meisjes te laag geadviseerd. Daar komt nog bij dat het advies een soort self-fulfilling prophecy wordt, waardoor leerlingen in het voortgezet onderwijs worden benaderd als ‘een typische havoleerling’ of ‘een echte vmbo’er’.”
De Onderwijsraad heeft geadviseerd om later te selecteren na een driejarige brede brugperiode, op vijftienjarige leeftijd. Dan hebben kinderen meer kans gehad zich te ontwikkelen en hebben ze bovendien zelf meer stem in hoe zij verder willen gaan. Volgens Hooge zal dit de kansengelijkheid vergroten en de sociale segregatie in het onderwijs tegengaan: “Zo bereiden we kinderen beter voor op wonen, leven en werken in onze maatschappij.”

Brede brugperiode
Een stelselwijziging is niet zomaar gerealiseerd, weet Hooge. “Maar onderwijsprofessionals zijn volgens mij goed in staat om na te denken over hoe je een brede brugperiode kunt vormgeven. Het gymnasium hoeft niet te worden afgeschaft en een leraar hoeft echt niet te differentiëren op acht niveaus. In ons advies hebben we geschetst hoe zo’n brugperiode eruit kan zien. In een brede brugperiode zitten leerlingen in verschillende groepen en klassen. Die kunnen homogeen of heterogeen zijn. Ook moeten leerlingen in verschillend tempo leerstof kunnen doorlopen, en moeten theorie- en beroepsgerichte vakken worden afgewisseld. Kinderen kunnen zo meer uitproberen.”
Ook de weg naar een nieuw en kansrijker stelsel schetste de Onderwijsraad al in het advies. “Natuurlijk moeten we goed kijken naar zaken als praktijklokalen en gebouwen, maar het merendeel van de schoolbesturen heeft al bijna alle onderwijssoorten onder hun hoede. Dat is een goed uitgangspunt. Het klopt dat we er klaar voor moeten zijn, natuurlijk. Werkdruk, het lerarentekort en dalende onderwijsprestaties zorgen ervoor dat we verstandig moeten nadenken over wat we wanneer doen. Maar we kunnen dit onderwerp niet parkeren.”

Rol van schoolleiders en bestuurders
De rol van schoolleiders en bestuurders bij de aanpak van al deze problemen is niet te onderschatten, vindt Hooge. “Schoolleiders en bestuurders hebben indirect een grote invloed op de onderwijskwaliteit op scholen. Het is daarom belangrijk dat de schoolleiders goed toegerust en gefaciliteerd zijn. Kunnen zij hun teams ondersteunen en tijd maken voor professionalisering op scholen? Kunnen zij hun HR-beleid inzetten ten bate van goed onderwijs?”
Het tekort aan leraren en schoolleiders maakt het belang van een goed personeelsbeleid door schoolbestuurders groter. “Is er een professionele werkomgeving voor leraren en schoolleiders? Welke keuzes kun je maken in personeelsbeleid om hen te ondersteunen? Op welke manieren kan de lumpsumfinanciering worden ingezet voor de ambities van je bestuur?” Met de antwoorden op die vragen bewijst de bestuurder zijn meerwaarde, vindt Hooge: “Besturen is strategisch opereren en keuzes maken in lastige situaties.”

Sectorrapportage
Hooge onderschrijft het belang van de Sectorrapportage PO/VO. “De po- en vo-sector laten hiermee zien dat ze samen de problemen willen aanpakken. En de sectorrapportage is ook een manier van verantwoorden, laten zien dat je inzichtelijk wilt maken welke doelen je stelt en hoe je publieke middelen besteedt. Politiek, samenleving en de sector kunnen op basis daarvan met elkaar in gesprek.”

Bekijk de sectorrapportage PO

Bron: PO-Raad



« Terug naar het overzicht